‘Ik ga voor Nederland tillen’

mug_maart_2009_52_721

Wil je als Amsterdamse gewichtheffer de internationale top halen dan moet je niet alleen spieren van Zweeds staal hebben  maar ook nog eens beschikken over een mentale instelling van gewapend beton. Want getraind wordt in een stervenskoud schuurtje. Bij amper drie graden boven nul tilt, trekt en stoot  Safak Ekici, iedere dag, urenlang, honderden kilo’s koud en kil ijzer boven zich uit.

 

‘Slappe deegstengels’, met narcistische trekjes, hebben er niks te zoeken. Die staan liever, in een verwarmde sportschool, voor een spiegel, spieren te ‘pompen’. Waar Safak Ekici traint is niet eens een spiegel! Daar is helemaal niks! Ekici, traint  in een schuurtje met de lieflijkheid van een Duitse bunker, waar een klein petroleumkacheltje een, bij voorbaat verloren gevecht, tegen de kou voert.  

Maar wat daar wél is zijn tientallen ijzeren schijven, een stang  én een deskundige trainer. In dergelijke ascetische omstandigheden moet je toch helemaal knots van de halter zijn om daar iedere dag, urenlang, te trainen. Als ze dat in Bulgarije ter ore komt,  hét gewichtshef-land bij uitstek, zakken ze snikkend van het lachen in elkaar.  Maar Safak Ekici doet niets liever!

Barbaarse omstandigheden

Ekici, 21 jaar, met een schouderpartij van een Mechelse pronkkast, wil dan ook de Europese top halen. En de weg naar die top is nou eenmaal hard en meedogenloos.  Wil je daar komen dan moet er eerst geleden te worden, het liefst onder barbaarse omstandigheden. Slechts kerels die hun verstand op nul zetten lukt dat. Wat dat betreft heeft Ekici, met zijn schuurtje, al een voorsprong. Maar wat is nou de lol om honderdtien kilo ijzer vlak boven je hoofd te laten balanceren? 

‘De uitdaging,’ antwoord de Amsterdammer van Turkse afkomst. ‘Je grenzen ontdekken. Om een maximaal gewicht boven je hoofd te krijgen, dát is de kick.’ Kijken naar een halter is een stang zien met daaraan een massa ijzer. Een dood ding waar hooguit een oud-ijzerboer ‘broekbobbelig’ van wordt. Maar dat blijkt niet zo te zijn! Want een halter kan emoties op roepen: je schijnt er godsgruwelijke razend op te kunnen worden.

‘Op wedstrijden ben ik heel agressief, dan ben ik heel kwaad op de halter’ onthuld de MBO-student. ‘Die agressie roep ik zelf op. Daar krijg ik adrenaline van en dan kan je meer. Maar dat moet ik niet te vaak doen want daar put ik mijn lijf behoorlijk mee uit. Mentaal is het een heel zware sport.’

Tjokvol

Zeg ‘gewichtheffen’ en je denkt onmiddellijk aan  hormoonpreparaten.  Wat meer weer eens bevestigd werd op de laatste Olympische Spelen waar complete teams van Bulgarije, Venezuela, Irak, Turkije en Griekenland, tjokvol bleken te zitten.  Het is natuurlijk ook de kat op het spek binden! Het duurt immers zes jaar om als gewichtheffer goed te worden. Maar met een paar ‘kuurtjes’ kan je die tijd met de helft terug brengen.

‘Dat is één van de grote problemen in deze sport’ verteld Tom Bruinen, nog zo’n liefhebber van het zwevende staal. Bruinen, een voormalig meervoudig  nationaal kampioen, en docent sport aan een ROC, is de trainer van Ekici. ‘Er wordt te weinig gecontroleerd’, gaat Bruinen verder. ‘Het is heel frustrerend dat andere gebruiken. Als de controle in de rest van de wereld beter wordt gaat Ekici naar de Spelen in Londen’, legt   Bruinen maar even de lat voor zijn pupil hoger.  

Bruinen’s profetische beschouwingen zijn   niet aan dovemansoren gezegd! Ekici schuift prompt nog maar wat extra schijven op de stang. Longen worden volgezogen, op zijn lijf verschijnen kloppende aderen. Met een prachtige vloeiende beweging gaat  er meer dan honderd kilo trillend de lucht in. Na zijn krachtsexplosie gooit  hij, haast nonchalant, de halter op de grond. Bij de dreun die daarop volgt voelt de verslaggever zich iets omhoog stuiteren.

Broodtrommel

Safan Ekici, vriendelijke oogopslag, bescheiden, tikkeltje verlegen, leeft en traint als een prof want meer dan veertien uur per week: maar krijgt daar geen cent voor. Om te voorkomen dat thuis de muizen dood in de broodtrommel liggen werkt Ekici in het weekend op Schiphol. Voor de NSF/NOC bijdrage, wat staat voor een maandelijkse financiële ondersteuning komt hij nog niet in aanmerking. Nog niet! Hij verwacht dat volgend jaar te krijgen.

‘Ik ben nu nog aan het investeren in mijn sport. Het is een opoffering want ik zit ook nog op school. Maar op het Europese kampioenschap, eind september, hoop ik bij de eerste twaalf te eindigen. Dat geeft meteen recht op die bijdrage.’

Het is snel gegaan met Safak Ekici, 1.70 meter bij een gewicht van achtentachtig kilo. Vier jaar geleden had hij nooit aan een halter getrokken. Tot hij Tom Bruinen, op zijn school,  tegen het lijf liep. Na twee jaar deed hij al mee aan het wereldkampioenschap voor studenten en ‘stoot’, inmiddels,  meer dan honderdtwintig kilo.

Ekici mag je een topsporter noemen: maar dan wel een volkomen onbekende. Ja, in de moskee kennen ze hem wel. Daar rekenen ze erop dat hij naar de komende Olympische Spelen gaat. Maar ‘onbekendheid’ kan zo maar veranderen, want niets zó onvoorspelbaar als topsport.

Een held

Wacht maar af als die Ekici, bij het Europese kampioenschap de ‘geest’ krijgt en bij de eerste eindigt. Dan gaan er gekke dingen gebeuren: wat voor de toeschouwers op de voorste rij nog link kan zijn. ‘Als ik alleen al mijn persoonlijk record breek, en dat zit er aan te komen, dan spring ik van blijdschap van het podium,’ onthult hij, licht euforisch.

‘Maar ik durf er niet aan te denken dat ik bij de komende Europese kampioenschappen bij de eerst vijf eindig. In  Turkije ben je dan een held,’ verklapt hij. ‘In Turkije is gewichtheffen de tweede sport van het land’.  Maar dan niet bij de Amsterdamse Turken. Ekici is namelijk Mokum’s  enige Turkse gewichtheffer. En dat heeft allemaal te maken met een hardnekkig vooroordeel.

‘Ze denken dat je, door die zware gewichten, klein blijft, dat je niet doorgroeit. Flauwekul! Dat is puur toeval. Deze sport selecteert zich zelf uit. Kleinere mannen gaan eerder gewichtheffen dan basketballen en omgekeerd.’

Safak Ekici voelt zich een echte Amsterdammer niet in de laatste plaats omdat hij in de Jordaan woont. Maar nou weten we nog steeds niet wat voor kleur shirt hij op de internationale kampioenschappen gaat dragen. ‘Oranje’, zegt hij tussen twee stoten door. ‘Ik ga voor Nederland tillen. Ik ben door Bruinen ontdekt, en ben in deze stad begonnen met mijn sport’.

Geplaatst: Mug, maart 2009. Foto: Hilco Koke

 

Eén reactie to “‘Ik ga voor Nederland tillen’”

  1. Sandra Says:

    Jouw beschrijvingen over de amateur die een topprestatie neerzet lees zijn zo mooi beeldend, ik lees het met veel plezier!

    San


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: