Sparta uit,altijd lastig

polsyDe Spartathlon! Dat staat voor zesendertig uur non-stop hardlopen! Door hitte en kou, over een afstand van tweehonderdzesenveertig kilometer. Rennen langs snelwegen waarbij je rakelings gepasseerd wordt door denderend vrachtverkeer, maar ook in het pikkedonker, over onverharde paden, langs gapende afgronden, want een berg van duizend meter moet beklommen worden. Huiveringwekkend, en levensgevaarlijk. Tussen Athene en Sparta wordt, jaarlijks, de grenzen van het fysieke, maar ook van de verbeelding, ruimschoots gepasseerd. Met meer dan zeventig procent uitvallers behoort de Spartathlon tot de zwaarste loop in zijn soort. Simon Pols schreef heroïek want haalde de finish.

Die Pheidippides toch! Die kón je nog eens om een boodschap sturen. Als boodschapper van het Griekse leger rende hij, vijfhonderd jaar voor Christus, van Athene naar Sparta om Koning Leonidas een bericht te overhandigen. Het begrip ‘Spartaans’ kreeg een extra dimensie toen Pheidippides, zesendertig uur onafgebroken gerend, als beloning een kom water kreeg. ‘Pheid’, nam een slok, en viel prompt dood neer. De geschiedschrijver Herodotus verhaalde over de oervader aller marathonlopers en stond daarmee meteen aan de wieg van een waanzinnige, apocalyptische ren, want aan de hand van zijn geschriften werd het parkoers gereconstrueerd. In 1983 vond de eerste moderne versie plaats. Dat je voor de Spartathlon een beetje ‘knots’ moet zijn kan Simon Pols, 56 jaar, van harte beamen. Volgens hem moet je wel een steekje los hebben om je aan daar aan te wagen. Natuurlijk overdrijft Pols, 56 jaar, een beetje. Als hardloper is hij gestaald en gehard. Meer dan honderdveertig marathons raffelde hij af en tientallen ultralopen staan op zijn conto. Met trainingsweken van meer dan tweehonderd kilometer stond Pols, samen met driehonderdvijftig andere ‘liefhebbers’, aan de voet van de Acropolis in Athene. ‘Ik ben geen type met een brok in de keel,’ begint Pols, in dagelijks werkzaam bij de Hema. ‘Maar starten aan de voet van zo’n historisch complex doet toch wel wat met je. s’ Morgens zeven uur werden we weggeschoten. Athene is druk, warm, veel smog en dus weinig zuurstof. We hebben twee uur lang door de stad gerend, langs olieraffinaderijen met doordringende geur van walmende schoorstenen, langs scheepswerven met heel veel vrachtverkeer.’ Over de Spartathlon had Pols het nodige gehoord. Verhalen waaruit een beeld naar voren kwam, dat, er langs de poorten van de hel gerend moest worden en waar maar dertig procent de finish haalde. Dat klopte: er wachtte hem pure horror, pijn en andere lichamelijke ongemakken. Maar ook een vriendschap voor het leven. Een paar kilometer buiten Athene kwam Pols samen te lopen met een andere Nederlander, Carel Schrama. ‘We hadden niets afgesproken maar bleven tot de finish wel bij elkaar. Mentaal kan je elkaar dan beter steunen. Na tachtig kilometer begon ik last te krijgen van kramp. Normaal gesproken is dat einde verhaal. Maar ik had het geluk dat het gebeurde voor één van de tachtig verzorgingsposten. Een masseur slaagde erin om de krampen weg te krijgen’. Kramp is erg maar de lakmoesproef moest nog komen. Na honderdzestig kilometer doemde de Sangiapas op. Een berg van duizend meter die in het pikkedonker genomen moest worden. ‘Ik had een hoofdlampje op. In het donker zag je geen steek. Een weg was er niet, wél onverharde karrensporen. Hardlopen of wandelen was er niet meer bij. Dat was puur klimmen over gigantische rotsen, langs gapende afgronden. Het was huiveringwekkend, levensgevaarlijk. Ondanks al die risico’s heb ik die nacht heerlijk gelopen’. Terwijl Pols door de Griekse duisternis ijlt, tikt de klok door, uren verglijden, als lokale hanen kukelend een nieuwe dag in luiden. De zon laat zijn eerste stralen over de vlakte van Peleoponesus stralen en Sparta is nog ‘maar’ tachtig kilometer ver. Normaal is zo’n afstand voor Pols een ‘stukkie om’ maar niet met een brandende zon op je kop. ‘De zon scheen ongenadig en het was meer dan vijfendertig graden. De laatste veertig kilometer voerde langs een autosnelweg. Totaal geen schaduw. Ik had al twee dagen, onafgebroken in de hitte gerend. Dat begon mij op te breken. Het hardlopen moest ik afwisselen met wandelen. Het was heel moeilijk mij steeds op gang te trekken. Mentaal steunde Schrama mij, en wachtte telkens. De Spartathlon is een sloper’, vertelt Pols geheel overbodig. ‘Mijn spieren verbrandde zoveel dat het voedsel dat ik nam niet eens mijn darmen haalde. Ik heb niet één keer hoeven te poepen’. De horrorverhalen die Pols over de Spartathlon gehoord had bleken dus echt te zijn. Pols werd bevangen door de hitte. Uitgedroogd, licht hallucinerend, zwalkende en op pure wilskracht kwam de Amsterdammer Sparta binnen, waar hem een heldenontvangst te wachten stond. Een kwartier voor de limiet van zesendertig uur haalde hij de finish. In de historie van de Spartathlon flikte slechts zeventien Nederlanders eerder dat kunstje. Gebrek aan gevoel voor geschiedenis kan je de Grieken niet verwijten. De finishstreep was getrokken bij het standbeeld van Koning Leonidas waar Pols het idee kreeg in een tot leven gekomen Griekse mythe belandt te zijn. Pols gaat vertellen. ‘De laatste kilometers stonden duizenden mensen ons toe te juichen. Aan de streep stond de burgemeester van Sparta en van meisjes in klassieke dracht kreeg ik een lauwerkrans op het hoofd, maar ook een kom water. De traditie schrijft voor dat je vervolgens de voeten van het standbeeld even aanraakt’. En toen gebeurde er iets wat sport nou zo leuk en boeiend maakt. Ondersteund door zijn loopvriend Carel Schrama raakte Pols raakte het beeld aan en nam vervolgens een slok water. Op dat moment moet Pheidippides, aan gene zijde, ongetwijfeld grijnzend geknikd hebben: Pols viel flauw. In een rolstoel, gekoppeld aan een infuus, werd Simon Pols afgevoerd. ‘Ik was uitgedroogd en kreeg via het infuus vocht toegediend. ‘s Avonds zat ik weer aan het bier. Op een beetje spierpijn na was ik volkomen hersteld’. Of iemand met een volledige baan en op zijn leeftijd nog een keer zo’n helse tocht gaat rennen daar is Pols duidelijk over. ‘Dit was mijn laatste ultraloop. De Spartahtlon was een kroon op mijn werk. Ik loop nog wat marathons zoals eind deze maand in Amsterdam’.

Geplaatst: Mug oktober 2008

Eén reactie to “Sparta uit,altijd lastig”

  1. meb Says:

    I was searching MSN and I came across your website. I am very glad I did, you have a lot of very good information here. I also love your layout, you have made it very simple to find everything. I have bookmarked your site and I will return shortly. Keep up the great work. Thanks


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: