‘Wij wachten op niemand’

fackieAlleen heel oude stadsgenoten waren er getuigen van en kunnen er met veel smaak over vertellen. Het moeten dan ook legendarische duels zijn geweest die zich achter de motor afspeelden. Gevechten tussen De Paepe, Timoner en Dolf Verschuren, of dat wereldkampioenschap in 1959 waarin de toen onbekende Arie van Houwelingen de wereldtitel greep. Het was de tijd dat het Olympisch Stadion volle bak had. En toen volgde de teloorgang. Het rijden achter de grote motor is een langzame dood gestorven. Maar niet helemaal. Want de motor is vervangen door een lichtere versie, de minstens zo spectaculaire derny. Gangmaker Willem Fack 50 jaar behoort met zijn renner Patrick Kops daarin tot de beste.

Garagehouder Willem Fack heeft nooit op een racefiets gezeten. Zijn sportroots liggen bij de paarden. Jarenlang was hij actief in wedstrijden met tuigpaarden. Trots laat hij een foto zien met een span van vier paarden voor een kar: Willem op de bok. Maar het waren wielrenners die bij hem in de garage kwamen die hem deden besluiten de paarden in te ruilen voor de motor.
,,Gangmaker Joop Stakenburg was klant bij mij. Zijn verhalen werkten inspirerend en twintig jaar geleden ben ik met hem meegegaan naar de wedstrijden. Ik hielp hem die zware motor op gang te brengen. Van het een kwam het ander. Ik wilde het ook proberen.’’
Gangmaken dat is een soort geheime sekte met hun eigen gebruiken, rituelen, en vooral, geheimen. Om daar tussen te komen moet je over een groot doorzettingsvermogen beschikken. Ook Fack weet daar over mee te praten.
,,Ze zien je liever niet komen. Je bent toch een beetje een bedreiging voor ze. Ze willen de vijver zo klein mogelijk houden. Ik heb alles zelf moeten leren. Niemand hielp mij. Ze gaven je eerder de verkeerde aanwijzingen. Ik die het nu anders. Een nieuweling wil ik best helpen. Maar ze luisteren niet altijd.’’
Gangmaken is niet alleen een kwestie van op de motor kruipen en gas geven. Er komt meer voor kijken: koersinzicht.
,,Je moet de wedstrijd aanvoelen. Als je dat niet kan leer je het nooit. Sommigen krijgen het nooit door. Bij mij duurde het vijf jaar voor ik net onder de knie had. Het meest heb ik geleerd door met renners van de nationale selectie te trainen.’’
Willem Fack behoort nu tot de top en kan wat renners betreft wel wat eisen. Hij en niemand anders gaat over de tactiek.
,,In de wedstrijd bepaal ik wat er gebeurt. Als je dat aan een renner overlaat, dan wordt het niks. De renner die achter mij rijdt mag alleen maar ‘ho’roepen als het niet gaat. Maar mijn renner hoor je niet.’’
Zijn renner is Patrick Kops waar Fack al jaren de Europese banen mee afgaat.
,,We hebben veel succes. De laatste vijf jaar zijn we nationaal kampioen geworden. Maar daar doen we wel wast voor. We trainen zo’n vijf keer per week. Dat moet wel, want we hebben de hele zomer wedstrijden met de grote motor gereden. Dat gebeurde op betonnen banen. De pedaaltred op die banen is heel anders. Willen wij succes op de houten banen hebben dan moet het ‘snelle tredje’ er in komen. Dat is draaien en trainen op het supersnelle hout van het Velodrome.’’
Voor het komende Europese kampioenschap derny is het koppel is gedreven. Ze staan op scherp. Er wordt volgens hen niets aan het toeval overgelaten.
Facks: ,,Werklui zijn nu bezig de wielerbaan te lakken. Als dat morgen ook zo is, dan gaan we naar Duitsland om daar een uurtje te trainen. Het is een helse klus, maar ik wil dat Kops goed is, want we zijn van plan op het erepodium te komen.’’
Bij het stayeren kan je niet heen om het woord ‘afspraken’. Want in het verleden heeft er te vaak een geur van afspraken om heen gehangen. De gangmakers waren machtig en bepaalden wat er gebeurden. ,,Daar is de sport bijna aan kapot gegaan,’’ reageert Fack furieus. ,,Ik ben een echte liefhebber, een amateur in de ware zin des woord. Ik maak geen afspraken. Nooit. Ik geef gas, en wie niet mee kan heeft pech gehad. Wij wachten op niemand!’’
Het is niet alleen de renner die af zit te zien, pijn zit te lijden, maar ook de gangmaker is gesloopt na een koers.
,,Met mijn twee meter ben ik te groot voor dat kleine motortje. Ik ben blij als het afgelopen is. De pijn in mijn rug is bijna onhoudbaar. Vooral als wij op betonnen banen hebben gereden die nogal hobbelig zijn.’’
Met de verkeersdrukte en het ‘verdrempelen’van Nederland is de wielerbaan de toekomst voor het wielrennen. Maar is daar nog wel plaats voor het stayeren. Volgens Fack wel.
,,Het probleem nu is dat we te weinig banen hebben. Er zijn de laatste jaren te veel goede banen gesloopt. We hebben alleen nog Alkmaar en Sloten. In Apeldoorn zijn er serieuze plannen voor een tweehonderd meter baan. Als die klaar is ben ik ervan overtuigd dat het weer gaat aantrekken.’’

geplaatst: Amsterdams Stadsblad

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: