In het Zuiden is de hel geen grap

reis2007-0383Nergens anders is het gevoel van ‘the deep, dark south’ zó intens aanwezig als rijdend door de Mississippidelta.De Deltadat zijn witte katoenakkkers, rietsuikervelden, notenbomen, oorlogskerkhoven, plantagehuizen maar ook een stadje als Natchez, ongeschonden uit de Burgeroorlog gekomen. Maar de Mississippidelta is vooral highway 61.

Alsof de tijd heeft stil gestaan. Aan de loswal van Natchez, ‘down by the river’, met zijn oude pakhuizen en kroegen, liggen twee raderboten gemeerd en beland ik direct in de wereld van Mark Twain. De ene is de ‘Lady Luck,’ een replica die fungeert als drijvend casino. De ander is de ‘Delta Queen’ die pruttelend, proestend en hijgend onder stoom ligt te wachten. Huckleberry Finn en zijn vriendje Tom Sawyer kunnen ieder moment langskomen.
De Queen neemt passagiers aan boord en op de wal staan opvallend veel locals te kijken. ‘Het is een verdomde schande’, bromt een man met zangerige zuidelijk accent. En gelijk heeft hij. De Queen die honderdtwintig jaar op de Mississippi heeft gevaren, maakt vandaag zijn allerlaatste tocht. Terwijl het een avontuur op zich is om in de States een brug over te rijden, want instortingsgevaar door slecht onderhoud, heeft de Amerikaanse overheid besloten de houten Delta Queen onveilig te verklaren.
Dixie Doodle

Als de laatste passagier aan boord is vaart de Queen met een rookpluim de Mississippi op. Natuurlijk had de kapitein als protest de wapperende Stars and Stripes over boord moeten smijten en vervangen door de vlag van de voormalige opstandige staten. De man blijkt toch een rebel te zijn. Midden op de rivier begint het aan dek staande stoomorgel, de Dixie Doodle te spelen, hét strijdlied van de Zuidelijken. Het uitzwaaiende volk zingt mee. De Delta Queen zakt fluitend, loom en traag de rivier af, een scène met een heel hoog Hollywoodgehalte. In de strakblauwe lucht kunnen ieder moment de woorden ‘The End’ verschijnen.

De  highway 61, een honderden jaren oude en voormalige postweg,  tussen Vicksburg en Batton Rouge, slingert zich door een golvend landschap waar de burgeroorlog nog steeds aanwezig is. Omzoomd door rustieke bomen, overwoekerd met Spaans mos en onder kleine grafstenen, liggen gesneuvelden te wachten op het Armageddon. De historische slagvelden zijn niet ver weg.
Allerzwaarste criminelen

Rietsuikervelden, katoenakkers, notenbomen en plantagehuizen worden gepasseerd. Het is stil, heet, verkeer is er nauwelijks, alleen het geluid van krekels en andere tjilpelend ongedierte is te horen. En dan opeens staan in de berm zo’n vijftig mannen, gekleed in uniforme witgroen gestreepte pakken, schijnbaar doelloos te harken en te wieden: de chain gang is nog steeds een fenomeen. Het is te hopen dat de kettingen waarmee de gevangenen aan elkaar zijn geketend van goede kwaliteit zijn. Even verderop bij Locust Grove, een doodlopend zijweggetje van de ‘60’, is Angola gevestigd, Amerika’s grootste en meest beruchte gevangenis waar de allerzwaarste criminelen hun tijd slijten.
reis2007 017Het ‘zuiden’ is ook de biblebelt van Amerika. De dikwijls houten kerkjes hebben een merkwaardige manier om de gelovigen scherp te houden. Op grote borden langs de weg wordt duidelijk gemaakt dat er met Hem niet te spotten valt. Met stichtelijke teksten als ‘the hell is  not a joke’ en andere soorten van ‘hel en verdoemenis’ wordt de zondaar in dop de stuipen op het lijf gejaagd.
Bezorgd over wat mij aan gene zijde allemaal te wachten staat neem ik de afslag naar de  highway 10 waar de Rosedown Plantage zich bevindt.
Punka

Tuffend over de lange oprijlaan,  mét  cipressen,  aan de horizon katoenvelden, verwacht je warempel die gladjakker van een Clarke Gable op te zien duiken  als Rhett Butler in ‘Gejaagd door de Wind’.
De plantage Rosedown, wit houten huis, pilaren, balkons en grote tuinen, is precies zoals Margaret Mitchell in haar boek ‘Gone With the Wind’ bedoeld heeft. In plaats van Clarke val ik in de handen van James, een gids die mij een rondleiding gaat geven, voor acht dollar.
James vertelt dat de complete inrichting nog origineel is, maar het interieur wordt gedomineerd door een monumentale hal met mahoniehouten trap. Vanaf de muren, met Frans behang, kijken toenmalige bewoners mij verwijtend aan. De eettafel is voor zestien personen rijkelijk gedekt. Boven de tafel hangt een metersgrote punka een soort waaier die door een slaaf met een touw in beweging werd gehouden. De inhoud van de kinderkamers doen verzamelaars van antiek speelgoed watertanden. De bewoners namen het er goed van. Hoe de toenmalige slaven waren gehuisvest daar kan James geen antwoord op geven.
Rosedown dat ongeschonden de burgeroorlog heeft doorstaan werd in 1835, voor dertienduizend dollar, door een zeker mijnheer Turnball gebouwd. En die deed daar maar zes maanden over, laat James met een begrijpende blik op volgen..
Nogal wiedes als je de beschikking hebt over een houtzaagmolen, een groot bos en vierhonderd slaven.
James laat zich niet uit het veld slaan door sceptische blikken en steekt een treurig verhaal af. Zo stierven de nazaten van Turnball door de gele koorts en malaria. En als ze niet getroffen werden door enge ziektes dan verzopen ze wel als katten. Zoals Turnball’s  kleinzoon die tijdens een boottochtje op de Mississippi overboord sloeg en jammerlijk verdronk. Wel een gigantische plantage runnen maar niet iets simpels als de schoolslag beheersen, het leven kon voor een plantagehouder best wreed zijn.
Arcadisch dialect

Met  zwemdiploma A op zak gaat mij dat niet gebeuren besef ik een paar uur later als ik het pontje, bij Saint Francisville, op rij die mij, voor één dollar, de Mississippi gaat overzetten.  Met zijn begroeide heuvelachtige oevers, donkerbruin snel stromend water, ziet de rivier er indrukwekkend uit. Bij New Roads kom ik aan wal en rij direct highway 10 op, een veredelde landweg, richting Cajun country, in het zuiden van Louisiana.reis2007 003
Cajuns, tweehonderd jaar geleden vanaf Frans Canada neergestreken  in de moerassen van Louisiana,  spreken een onverstaanbaar arcadisch dialect. Het zijn jagers, vallenzetters en vissers. Cajuns genieten culinaire faam met heet gekruide gerechten, en tijdens de fais-dodo, de traditionele feesten, wordt gedansd op de duivelse, swingende zydecamuziek.
Komende vanaf Lafayette en rijdend op highway 90, draai ik de ‘317’ op, een smal, slecht onderhouden pad, dwars door de gloeiend hete, dampige swamps en ondergelopen bossen.
Na drie kwartier hotsebotsen kom ik aan in Saint Mary Parish, dat niet meer is dan een kiezelstrandje op de rand van het moeras en de Golf van Mexico. Mocht ik nog geen voorstellingsvermogen van de hel hebben dan krijg ik daar nu een voorproefje van. Als ik uitstap wordt ik aangevallen door honderden muggen en de hitte gaat de grenzen van de verbeelding ver voorbij.
Steak d’ alligator

Wie daar totaal geen last van heeft is Jack Guilbeau, 67 jaar, een gepensioneerde kapitein van duwboten, die zojuist met zijn bootje uit het moeras kwam. Veertig jaar heeft Jack de Mississippi onveilig gemaakt maar nu is hij retired, vertelt hij. Als beheerder van de kleine camping is Guilbeau nu in dienst van de staat Louisiana en houd de boel een beetje in de gaten. Op het strand staan een aantal campers van sportvissers en jagers.
,,Ik heb mijn pensioen en het salaris wat ik er nu bijverdien is niet veel, maar ik heb wel de allermooiste baan van heel Louisiana’’, beweert hij grijnzend. Jack heeft het over betaald kamperen. Om dat te onderstrepen wijst hij naar zijn mobile home die vier meter van de zee staat. En in stille tijden trekt hij als rechtgeaarde Cajun het moeras in voor de jacht. Op de bodem van zijn bootje ligt een vers geschoten alligator. Volgens Guilbeau hoef ik mij geen zorgen te maken voor uitsterven want het goed weer met de alligatorstand.
Door effectieve bescherming zitten er nu meer dan een half miljoen in de Delta en er mag alleen met speciale vergunning op gejaagd worden. ,,Ik mag er maar drie per jaar schieten. Wat ik met die croc ga doen?’’, vraagt hij verbaast.  ,,De huid villen, verkopen en de rest opeten.’’
Terwijl Guilbeau vertelt dat steak d’alligator mét rijst het allerlekkerst is dat de Cajunkeuken te bieden heeft stopt er een Harley-Davidssonmotor met nummerbord uit Michigan. Een man en een vrouw stappen af, kleden zich om, en nemen een duik. Guilbeau zie je verstijven. Hij geeft een kreet en wijst met wilde gebaren naar een waarschuwingsbord waarop een happende krokodillenbek staat afgebeeld.
Zwemmen in Jack’s water doen alleen  mensen met suïcidale trekjes.

volgende


Geplaatst in Geen categorie. Leave a Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: