In Denemarken vlamde Meijer als vanouds

In het Westelijk Havengebied lag ooit een prachtig crossparcours, waar menig Amsterdams talent de zegeningen van het scheuren en raggen door ruig terrein leerde ondergaan. De sluiting van de baan was het begin van het einde van een bloeiende hoofdstedelijke motorcrosscultuur. Maar als je eenmaal bevangen bent met het crossvirus ga je door. Ook al moet je daarvoor het hele land door. Jarno Meijer houdt de Amsterdamse eer hoog.

Een ernstige rugblessure, verbrijzelde kaak, scheen en kuitbenen gebroken evenals alle tenen, de nodige ribben plus enkel en kniebanden wel een keer gekneusd of gescheurd. De opsomming is lang en huiveringwekkend maar zolang de rechterhand van Jarno Meijer (30) het gashandel kan bedienen gaat hij door. Zelf vindt hij motorcrossen ook een gevaarlijke sport, wat natuurlijk een eufemisme is want het is gewoon bloedlink.
Meijer is niet een vreemd uit zijn ogen kijkende zondeling maar een serieuze sportman, die maar een verontschuldigende verklaring voor zijn gekoketteer met de gipskamer heeft; crossen is een virus. En als dat in je lichaam zit, ga je door, kan je ijzer vreten en heb je alles voor je sport over. Dat laatste is noodzakelijk, want Meijer is een jongen uit Amsterdam. En hier zijn crossbanen net zo schaars als een ijsschots in de Sahara. Ooit wast anders.
Tot een paar jaar gelden lag in het Westelijk Havengebied een prachtige wedstrijdbaan. Dat die moest verdwijnen gaf Meijer het gevoel dat er een stukje uit zijn ziel werd gesneden. Als hij de 450 cc van zijn Honda wil laten janken dan moet hij naar het Oosten des lands, waar de parkoersen voor het oprapen liggen. Niet dat de Noordamsterdammer dat iedere dag doet. Dat zou hij wel willen, maar daar is geen tijd en geld voor. Crossers zijn afhankelijk van sponsors.
Maar een sporters als Jarno Meijer laat je niet zakken, helemaal als het je eigen zoon is. Meijer heeft drie hondstrouwe helpers tot zijn beschikking. Zonder hen werd er niet, ieder weekend, oerendhard ergens in den lande rond gescheurd. De spil van Jarno’s racecircus is vader Meijer, de man aan wie hij veel te danken heeft. Die gaf zijn zoon al bij diens geboorte een flinke scheut liefde voor de sport mee.
,,Ik ben vernoemd naar Jarno Sarrinen, een beroemde Finse wegracer die in 1972 verongelukte Dat was het idool van mijn vader.’’
Pa Meijer heeft zelf nooit op een racemonster gezeten, weet niet veel van tactiek maar heeft wel een paar gouden handjes: hij is de monteur. Senior doet het met liefde en toewijding, en hoeft er niets voor terug te hebben, zelfs geen dankjewel, als zijn zoon maar ding plechtig belooft: dat Jarno nooit, maar dan ook nooit zelf de steeksleutels ter hand neemt. Daar wordt hij ’s nachts nog wel eens wakker van.
,,Ik heb één keer zelf gesleuteld,’’ zegt Jarno. ,,Dat was bij een cross in Budel. Maar ik kwam niet erg ver. Ik was de achterbout vergeten aan te draaien. Ik controleer nu of de vering goed staat afgesteld en of de remmen het soepel het doen. Dat soort dingen vertel ik dan aan mijn vader, die er mee aan de gang gaat.’’
Meijer rijd op zijn eigen motor, die na één jaar totaal versleten is. Pa houdt hem dan nog een tijdje aan de praat, want er niet meteen geld voor een nieuwe. Dat was wel eens anders. Vroeger leasde hij zijn motoren. Meijer zat tjokvol ambitie. Overal in Europa reed hij zijn grand prixwedstrijden. Tot dat enen moment, vijf jaar geleden.
,,Ik reed de GP van Oostenrijk en stond op punt van doorbreken. Al die jaren die ik erin had gestoken zouden zich uiteindelijk gaan uitbetalen. Maar dat liep even anders. Bij een sprong kwam ik heel ongelukkig terecht en brak een paar ruggenwervels. Ik was meteen voor anderhalf jaar uitgeschakeld.’’
Wat doet een sporter als hij niet kan trainen? Die gaat nadenken en relativeren. En dat is het bluswater om het brandende vuur van eerzucht te doven. Dat gebeurde ook bij Jarno Meijer. Toch bleef er een vonkje gloeien. De sport bleef trekken. Besloten werd om op lager niveau te crossen. Maar wat is lager, bij een gedreven coureur als Jarno?
,,Doordat ik op hoog niveau heb gereden kan ik een trapje lager goed mee komen in de viertact klasse, waarin ik landelijk vierde sta. Ook werd ik dit seizoen derde bij het nationale kampioenschap viertakt. Ik rij mijn wedstrijden nu voornamelijk in Nederland. Het is nu een familieaangelegenheid geworden, waarbij wij met het busje naar de races gaan.Samen met mijn vriendin slaap ik daarin. Ik moet zeggen dat ik het prettiger vind dan vroeger. Toen stond ik onder grote druk van sponsorbelangen en het moeten presteren.’’
Onverwacht steekt er wel eens een windje op, dat de vonk weer laat vlammem. Het vuurtje wakkert dan even op. Zoals afgelopen augustus in Denemarken.
,,Het open Deens kampioenschap werd gehouden. Ik heb er een vakantie aan vast gekoppeld en heb daar een week goed kunnen trainen. Dat betaalt zich uit in de race goed uit. In de eerste manche ging ik goed weg en meteen over de Deense favoriet heen, een voormalig Europese kampioen. In die manche werd ik derde, maar de tweede race won ik. Het publiek was heel verbaasd dat een onbekende buitenlander met de winst aan de haal ging.’’
Jarno Meijer is een jongen van het strand. Niet om te zonnen, daar is hij iets te wit voor, maar om de gashandel wagenwijd open te draaien. Het najaar vindt hij meer dan interessant, dat is dan ook de tijd van de zware strandraces.,,De grote strandraces van Lemmer, Dronten, Bakkum en Vlissingen heb ik allemaal gewonnen. Sommigen meerdere keren. Ik zit er nu ook naar uit te kijken. Waarom zand? Dat is het speciale gevoel. Dat ligt mij.’’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: