Hoekstra is een zuinige vaarder

Is hij nou een marathonman of een sprinter? Een Belg of Hollander? Feit is dat Niels Hoekstra van kanoclub De Viking alle onderdelen van zijn sport beheerst. Hij vindt zichzelf nog een jonkie die zich eerst gaat bewijzen, maar als het zover is, dan is het de hoogste tijd om een oude familietraditie te herstellen

Het is tarten met alle sportwetten. Je bent sprinter of duuratleet. Alle twee tegelijk is fysiek onmogelijk. Zelf vindt hij het ook een groot raadsel, waarom hij daar een uitzondering op vormt. Neem nou alleen zijn lijf, die gedrongen en gespierd is: de geboren sprinter. Dat weet hij als de beste. Druk Niels Hoekstra (23) een peddel in zijn handen, zet hem in een kano en trek d eindstreep tweehonderd meter verder en de boot verandert in een speedboot.
Hoekstra behoort dan ook tot de sprinttop in kanoland Nederland. De tweehonderd meter dát is zijn afstand. Jarenlang schurkte hij zich aan de top en toen was daar opeens de doorbraak.
Vorig jaar werd hij met maatje Switselaar derde in de b-finale van het wereldkampioenschap K2: dat is twee man in de kano en maar rammen. Maar dan is er ook nog de marathon. Monsterafstanden over meer dan twintig kilometer. En laat die Hoekstra dat nou ook goed verteren. Dat hij dat kunstje beheerst heeft volgens hem alles te maken met zijn wintertraining, wat huiveringwekkende tochten door het Waterland zijn.
Terwijl de internationale concurrentie overwintert in Florida of een ander tropisch paradijs peddelt de voormalige inwoner van Gent urenlang door de vaarten en kanalen van Amsterdam-Noord. En dan iedere dag. Die kou, die ongelooflijke kilte, om met bevroren handen in je boot zitten waar het ijs soms op zit, dat is weggelegd voor de ware gedrevenen. Met veel gevoel voor eufemisme noemt hij dat een minpuntje van zijn sport. Maar lijden doet louteren, afzien is spieren kweken, waarbij ook de geest gehard wordt. Een ‘wintertje’Waterland? Als kanosprinter kan je dan de hele wereld aan. Dan wil je wel weten hoe sterk je wel bent. De strijd wordt dan opgezocht. Dat doet Hoekstra in de marathon waar hij, tot ontsteltenis van de gevestigde orde, gemakkelijk mee peddelt met de top. En dat viel Edwin de Nijs ook op. En die laatste behoort tot de wereldtop. Net alleen solo, maar ook in de tweepersoonskano. In de K2 kon De Nijs wel een nieuwe partner gebruiken. Vorige maand sloeg het duo De Nijs-Hoekstra in Milaan toe.
,,De Nijs, een clubmaat van mij, vaart al jaren met zijn vaste maat Dolph te Linde. Afgelopen winter heeft Dolph aangegeven het iets rustiger te gaan doen. De Nijs heeft mij benaderd. In maart hadden wij in Milaan ons eerste optreden. Een race over tien kilometer die wij op onze naam schreven. Het probleem met Edwin is dat hij beter vaart met Te Linde. Die mannen zijn dertigers en veel sterker. Ik ben een jonkie die zich nog moet bewijzen.’’
Iets wat de CIOS-student een paar weken later deed. In de marathon van Gent, klopte hij in de K1 alles en iedereen. En dat had weer allemaal te maken met het parkoers en zijn koersslimheid.
Hoekstra mag zich graag met een wielrenner vergelijken. Geen minuut op kop, om in de laatste meters toe te slaan. En daar maak je niet altijd vrienden mee. ,,Ik ben iemand die de hele marathon in het zog van een ander vaart om dan in de laatste meters toe te slaan. Ik ben een zuinige vaarder. Als je vlak achter iemand vaart scheelt dat tien procent minder inspanning. Maar ja, iedereen wil dat. Dan komen de smerige trucken te voorschijn. Proberen ze op je boot of peddel te varen. Ook in Gent. Ik had daar het voordeel dat ik het parkoers goed ken. Je hebt daar weinig oversteekpunten. Er zijn koersen waar je soms driehonderd meter met de kano in je hand moet rennen. De Nijs en Te Linde zijn daar veel handiger in. Ik heb daar een hekel aan.’’
Praten met Hoekstra is denken aan staminee’s, kasseiwegen, Gent-Wevelgem, en de BRT, en omdat ieder vogeltje zingt zoals hij gebekt is, praat Hoekstra met klinkt Vlaamse tongal, want toevallig stond zijn wieg in Gent. En hoe een kanoënde Belg in Amsterdam verzeild is geraakt is een ander verhaal.
,,Ik deed een studie aan de Gentse ALO wat niet zo lukte. Mijn vader wist een leuke opleiding in Nederland en dat is het CIOS waar ik in de laatste jaar zit. Ik kom voor de Nederlandse ploeg uit, ik heb het geluk dat ik over twee paspoorten beschik. Mijn moeder is Belgische en mijn vader een rasechte Holander. In België kennen ze mij, en eerlijk gezegd hoop ik voor dat land uit te komen. Maar als het spannend wordt om in die selectie te komen dan vaar ik voor Holland.’’
De vraag of hij kiest voor de marathon of sprint hoef je Hoekstra eigenlijk niet te stellen. Het antwoord straalt hij uit. Hij is een sprinter. Basta! Marathons boeien hem niet zo erg. Dat is hooguit leuk als training, en dat het hem zo makkelijk afgaat, is leuk meegenomen. Meer ook niet. Zijn aandacht ligt bij de korte afstand. De tweehonderd en de vijfhonderd meter daar gaat als zijn tijd inzitten. Over drie weken zijn de selectiewedstrijden voor het Nederlands team, waar hij nu al voor negentig procent van is dat hij dat gaat halen. En dan is er ook nog een familietraditie die Niels Hoekstra wel even hoog wil houden. De Olympische Spelen van Peking. Vaders, zijn helden, voorbeelden voor de zoon. Ook de oude heer van Hoekstra.
,,Mijn vader won op de Olympische Spelen van Tokio een zilveren medaille in de K2. En dat wil ik minimaal evenaren.’’

geplaatst: Amsterdams Stadsblad

volgende

vorig

Copyright © 2005-dingesdesigns

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: