Een kick om dat ijzer omhoog te krijgen

De verleiding om een greep in de medicijnkast te doe, hangt als een schaduw om een krachtsporten. Slechts een paar hormooninjecties scheidt de subtopper van de top. Trots en een gezond verstand hielden hem daar vanaf. Voor gewichtheffer Tom Bruijnen kan het ook zonder. Vorig jaar werd de Jordanees kampioen van Nederland.

Het laatste waar je aan denkt is gewichtheffen. Tom Bruijnen (41) ziet er alles behalve opgepompt uit. Om je als bodybuilder voor een spiegel aan je eigen biceps te vergapen, vindt hij niets aan. Bruijnen gaat niet voor het spiervolume. Zijn hoogtepunt beleeft hij als er 115 kilo ijzer boven zijn hoofd zweeft. Die doorbuigende stang, rustend in trillende armen, waar eerst een prachtige vloeiende beweging aan vooraf ging. Dát is de fascinatie.
Gewichtheffers zijn de toreadors van de krachtsport waarbij de halter als stier fungeert en de arena het duel met de zwaartekracht is Om een loodzwaar gewicht omhoog te krijgen is niet weggelegd voor de dommekracht. Daar komt even iets meer voor kijken. Die halter is niet zomaar een stom ijzer geval, maar een verlengstuk van je lijf.
,,Gewichtheffen is heel moeilijk,’’ vertelt Bruijnen. ,,Het is een overwinning als je de techniek goed beheerst. Je zit met de hakken op je billen en om dan die halter omhoog te krijgen, dat vereist heel veel, zoals timing, soepelheid en explosieve kracht. Wat het leuke aan mijn sport is? Het spel met de zwaartekracht, en kijken of je de vorm van de dag hebt. Daar doe ik het voor.’’
Topgewichtheffers zijn de Jerommekens van de samenleving. Toch heeft Bruijnen nooit de behoefte gehad om zijn spierkracht te gelden te maken in een tv-megaspektakel als Sterkste Man van Nederland. Al was het alleen maar omdat zijn sport Olympisch is en waar de dopingcontroleur kind aan huis is.
,,Bij het gewichtheffen heb je relatief net zo veel positieve gevallen als bij andere sporten. Wereldwijd wordt er 4 procent dopingzondaars betrapt. Dat lijkt veel maar de intensiteit van de controles zijn veel hoger dan bij andere sporten. Natuurlijk, de verleiding van dope is er altijd. Je moet voor je zelf een eigen keuze maken. Als je kampioen wordt op een kuurtje anabolica kan je volgens mij nooit trots op je zelf zijn. Het voelt niet als iets van je zelf. En buiten dat, ik ben getrouwd en heb kinderen waar ik heel lang en gezond van wil genieten.’’
Een autodidact bestempelt hij zich zelf. Pas op 28-jarige leeftijd ontdekte hij de vreugde van het koude zwevende ijzer. Alles heeft Bruijnen zich zelf moeten leren. Hoewel de sport terug gaat tot de antieke oudheid viel er in Amsterdam niet te heffen. De geheimen werden Bruijnen in de Haagse Schilderswijk onthuld. Toen hij het onder de knie had ging de leraar aan het ROC helemaal los. ,,Ik ben docent sport en beweging aan het ROC. Daarbij geef ik onder meer krachttraining. Op school kan ik zelf ook trainen. Dat doe ik zo’n vier keer in de week en anderhalf uur per keer, in eigen tijd. Daarnaast train ik veel op gymnastiekoefeningen, waarbij ik de buikspieren goed behandel. Het spierkorset moet goed zijn anders kan je het wel vergeten.’’
Tom Bruijnen is een discipel van de Grieks-Bulgaarse school, waar in tegenstelling tot de Russische school meer op de techniek aankomt. Evengoed bestempelt hij gewichtheffen als een werksport waar veel arbeid voor komt kijken.
Als je volgens de Grieks-Bulgaarse leer ascetisch geleefd eb getraind hebt komen de resultaten vanzelf. Zoals verleden jaar. ,,Ik werd kampioen van Nederland in het licht middengewicht. Dat is de klasse tot 77 kilo. Ik was al heel lang bezig en dan komt een kampioenschap niet meer als een verrassing. Via mijn netwerkje wist ik ook wat mijn tegenstanders getraind hadden. Dat hou je natuurlijk in de gaten. In de wedstrijd krijg je drie pogingen. Als je met een te hoog gewicht begint loop je de kans dat je het net niet haalt. Ik begon tweeënhalve kilo minder als mijn tegenstander en die knalde ik meteen omhoog. Dat gaf zelfvertrouwen. Mijn concurrent bleef steken op 110 kilo. Ik stootte 115 kilo, wat tevens een nieuw Nederlands record was.’’
Op de vraag of Bruijnen spijt heeft laat begonnen te zijn met zijn sport, aarzelt hij een fractie van een seconden om dan manmoedig dat te ontkennen.
,,Als ik eerder begonnen was, dan was de kans op deelname aan de Spelen wel aanwezig. Maar het is nou eenmaal zo gelopen. Ik kom nu uit bij de veteranen en dope mee aan de wereldkampioenschappen. Dat geeft toch een goed gevoel. Ouder worden houdt in dat het reactievermogen minder wordt. Ik train nu op andere schema’s dan tien jaar geleden. Mijn herstel duurt langer en ik moet mij voor een wedstrijd langer opwarmen. Maar als de spieren eenmaal goed doorbloed zijn, ben ik niet meer te houden. Ik ben dan net een oude locomotief.’’
Het is altijd spannend en intrigerend om een topsporter, wiens carrière , biologisch gezien, er bijna opzit te horen filosoferen over zijn sporttoekomst.
,,Verleden jaar deed ik mee aan het wereldkampioenschap voor veteranen. Daar deed een Japanner mee, een gewezen Olympisch kampioen die venveel tilde als ik. Toen ik zijn leeftijd hoorde werd ik heel stil. De man was 76 jaar.’’

geplaatst: Amsterdams Stadsblad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: