Om een Chokotoff wordt gevochten

Het is tot nu toe geen Nederlander gelukt om de top van de Broad Peak te bedwingen, een Himalaya-reus van 8047 meter. Amsterdamse Rozemarijn Janssen gaat in juni een poging wagen, met een expeditie die in juni naar Pakistan vertrekt. Janssen is gepokt en gemazeld. Als enige vrouw stond ze op de top van de Cartensz Piramide (Irian Jayya) en op de Mount Vinson (Antartica), bergen van bijna 5000 meter.

Ze heeft het razend druk met fondsen werven, dan wel met conditietrainingen. Nog maar zestien weken te gaan, en dan vertrekt Rozemarijn Janssen (35), samen met Frits Vrijlandt, Menno Boermans en Bob de Kort naar Pakistan naar de Broud Peak: een van de veertien pieken op aarde die hoger zijn dan achtduizend meter. Maanden is Janssen van huis. Om de voet van de berg te bereiken, heeft ze al tien dagen nodig. En dan begint het zware voorbereidende werk, het inrichten van de hoogtekampen.
Janssen: ,,Klimmen in de Himalaya kost klauwen met geld. Bij de overheid moet je een vergunning kopen. Zo’n permit kost al drieduizend dollar de man. Ook heb je dragers nodig. We blijven tien weken weg uit de bewoonde wereld en er zijn geen wegen. Al onze uitrusting, eten en brandstof moeten naar de voet van de berg gedragen worden. Die kosten drukken we door met een groep Engelse klimmers samen te werken.’’
Drieduizend meter scheidt het basiskamp van de top, een afstand die alleen in etappes is te overwinnen. Het team richt dan ook drie hoogtekampen in, op 6000, 6600 en 7300 meter. ,,Door de ijle lucht wordt dat een uitputtingsslag,’’ weet Janssen uit ervaring. ,,je moet steeds weer naar het basiskamp afdalen om te herstellen, anders ga je helemaal kapot. En dan weer naar boven met een nieuwe last voor een hoger kamp. Je beklimt de berg dus een paar keer. Voor de eigenlijke toppoging ben je al gesloopt.’’
En dat kan een kiem van een conflict zijn. Niet met haar drie metgezellen. Dat zijn goede vrienden, waar ze menig top mee geschoren heeft. En met Vrijlandt deelt ze ook nog eens de echtelijke sponde. De kneep zit hem bij de Engelsen. Met hen heeft Janssen geen goede ervaring. Of de de twee teams elkaar liggen en op elkaar kunnen rekenen als het erom gaat spannen, moet straks blijken.
,,Met die zware rugzak op ben je weken bezig geweest, steeds weer lange dagen klimmen om die kampen klaar te maken. Het komt voor dat expeditieleden daar niet aan mee doen. Ze zijn ziek, of blijven nog een dagje rusten. Je weet nooit of het gesimuleerd is. Vergeet niet, we zitten hoger dan de Mont Blanc. Hoogteziekte is dodelijk. Je moet klachten serieus nemen maar je kunt altijd onderscheid maken tussen fake of echt. Als zo’n klimmer dan wel de volgende dag met een licht rugzakje de berg ophuppelt, en zijn krachten blijkt te hebben gespaard voor de top, dan zijn de rapen gaar. Dan heb je zomaar een knallende ruzie.’’
Volgens Janssen is een basiskamp een zelf gekozen gevangenis, zonder enige vorm van privacy. Hoogte, uitputting, onzekerheid en de primitieve omstandigheden geven veel stressen dat kan voor trammelant zorgen. Daar staat natuurlijk veel tegenover: het avontuur en de atletische uitdaging. In één ruk naar de top van de Broad Peak klimmen dat lukt alleen Superman. En als je Janssen mag geloven krijgt zelfs hij het moeilijk.
,,de beklimming is relatief veilig. Het grootse deel van de berg kun je vergelijken met een ongeprepareerde skipiste. Maar dan wel één waar je heupdiep door de sneeuw moet waden. Sommige stukken hebben een helling van zestig graden. Met een ijsbijl moet je een weg zien te vinden. Boven de vijfduizend meter knokt je lichaam om zich aan de ijle lucht aan te passen. Je kan niet genoeg bij-eten. Je bent bezig je spieren op te vreten. De lucht is gortdroog. Je krijgt last van de ademhalingswegen. Er komen hoestbuien, kuchjes. Antibiotica werken niet op die hoogte.’’
Rozemarijn Janssen is een leuke vrouw om te zien. Kan ze zo’n klim eigenlijk wel aan? Janssen: ‘’Dat moet je niet zo zwart-wit zien. De jongens zijn sterker, hebben meer uithoudingsvermogen maar vrouwen zijn taaier, kunnen langer doorgaan, hebben meer energie. Als wij bij voorgaande expedities bij een hoogtekamp aankwamen zakten de mannen door hun hoeven. Ik ging dan nog even koken: urenlang sneeuw smelten voor een pannetje soep, en die mannen maar eten!’’
Bergklimmen kan een hachelijke en bloedlinke aangelegenheid zijn. Een zuchtje wind kan zomaar in een dodelijke storm omslaan. ,,Inderdaad, voor je het weet zit je in een orkaan. Een klein scheurtje in je tent kan dan catastrofaal zijn. Natuurlijk kiezen we het beste materiaal.Onze tentjes zijn gestroomlijnd, maar evengoed blijft het soms bidden. Vergeet niet dat je op zo’n berg niets aan hingen heb. De tent staat op een rots of in de sneeuw. Je moet sneeuwankers ingraven of de tent aan rotsblokken vastmaken. Ik heb wel eens de hele nacht aan de tentstokken gehangen, om te voorkomen dat de tent de lucht inging.’’
Een meid tussen dat ruige bergvolk, heeft die wel een beetje privacy? Iets simpels als je behoefte doen, hoe doe je dat op het dak van de wereld? Janssen: ,,Poepen doe je niet gezellig naast elkaar. Iedereen kijkt dan netjes de andere kant op en doet alsof je er niet bent. We hebben wc-papier bij ons, en alcoholdoekjes om de handen te wassen. Wist je dat de helft van de expedities mislukt door diarree, veroorzaakt door vuile handen.’’
Een monster als de Broad Peak beklimmen is topsport in het kwadraat, waarbij het lijf het nodige vocht en koolhydraten nodig heeft. ,,je moet zes liter vocht per dag drinken anders droog je uit. Ik heb een timer op mijn horloge die piept als het tijd voor drinken is. Tijdens het klimmen schreeuwt je lijf van de honger, maar eten krijg je niet binnen. Dat komt door de uitputting en de hoogte. Maar je móet eten! Daarom nemen wij dingen mee die er altijd wel ingaan: Ik klim op knoflookworstjes, chips en dropjes. En om Chokotoffs wordt gevochten. Vitamine halen we uit pillen.’’
Als je honderd meter onder de top zit en je weet dat er zwaar weer op komst is, en je metten terug moet naar het dal moet, dan ligt er een luguber fenomeen op de loer genaamd ‘topkoorts’.
,,Tijdens zo’n expeditie kom je geestelijk in en maalstroom. Na wekenlange inspanning ben je bijna op die top, heb je vrijwel je doel bereikt. Je denkt niet over de afdaling je wilt die top halen: dat is topkoorts. Het is levensgevaarlijk, want de top is niet de finish! Je moet jezelf doordringen van het belang van veilig thuis komen. Maar als de omstandigheden goed zijn, gaan we door. Op de top blijven we niet langer dan noodzakelijk. We maken wat foto’s geven elkaar een knuffel, genieten een paar minuten van het uitzicht en gaan dan snel weer naar beneden.’’
Janssen onthult dat de afdaling gevaarlijker is dan de klim. ,,Als we gaan dalen, roepen wij tegen elkaar dat het nu echt gaat gebeuren. Je bent moe, uitgeput, de concentratie is weg omdat je denkt het gehad te hebben. We drukken elkaar steeds op het hart om goed de voeten neer te zetten. Veilig in Amsterdam terug komen is het devies.’’
Waar Janssen het geld vandaan haalt om haar expeditie’s te bekostigen, vertelt ze op de valreep. ,,Via lezingen, sponsors en donaties proberen wij het geld bij elkaar te krijgen. Er is nog een financieel gat. Daar lig ik vaker wakker van dan de gevaren in de Himalaya.’’

geplaatst: Amsterdams Stadsblad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: